De ingrijpende en talrijke wijzigingen die de Europese Commissie voorstelt voor de EU-langetermijnbegroting maken de financiering en besteding van middelen voor EU-beleid en -programma’s na 2028 mogelijk niet beter. Dat stelt de Europese Rekenkamer (ERK). Bepaalde onderdelen van de voorgestelde regelingen veranderen fundamenteel de manier waarop de EU-uitgaven worden gepland, beheerd en gecontroleerd. De auditors waarschuwen dan ook voor risico’s voor een gezond financieel beheer en dringen aan op sterkere waarborgen. In een vandaag gepubliceerd document waarin hun punten van zorg worden samengevat, herhalen ze hun waarschuwingen aan de EU-beleidsmakers. Die onderhandelen momenteel over de voorgestelde begroting van bijna 2 biljoen euro voor 2028-2034.

Sinds januari heeft de ERK twaalf adviezen uitgebracht over de voorstellen van de Commissie voor het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK). Hierin geven de auditors hun oordeel over een breed scala aan beleidsterreinen: van concurrentievermogen, onderzoek en cultuur tot cohesie, landbouw en internationale steun.

De wetsvoorstellen voor de volgende EU-meerjarenbegroting laten zien dat het niet om een kleine aanpassing gaat, maar om een grondige herziening van de begroting”, zegt ERK-president Tony Murphy. “Als financiële waakhond van de EU wijzen wij in twaalf adviezen op risico’s en uitdagingen in de voorstellen van de Commissie voor de EU-begroting 2028-2034. Veel van de voorgestelde wijzigingen bieden geen garantie dat geld in de toekomst beter wordt besteed.”

In juli en september 2025 presenteerde de Commissie verschillende wetsvoorstellen voor de EU-begroting 2028-2034. Zij stelt een begroting van bijna 2 biljoen euro voor, een stijging van 59 % ten opzichte van de huidige begroting van 1,2 biljoen euro voor 2021-2027. Daardoor zouden de nationale bijdragen aan de begroting met 81 % stijgen tot 235 miljard euro. Ter financiering van het EU-beleid stelt de Commissie voor het aantal eigen inkomstenbronnen uit te breiden van vier naar negen, waaronder nieuwe middelen uit niet-ingezameld e-afval, uit tabaksaccijnzen en uit het bedrijfsleven voor Europa. Tegelijkertijd stelt zij voor het aandeel van de EU-financiering dat samen met de lidstaten wordt uitgevoerd, met 20 procentpunten te verlagen. Ook voert ze een groot nieuw Europees fonds van 865 miljard euro aan voor cohesie en landbouw, gebaseerd op een plan voor nationaal en regionaal partnerschap. Daarnaast pleit de Commissie voor een forse verhoging van de financiering voor het versterken van de Europese defensie-industrie en defensiecapaciteit. Bovendien komt er een duidelijke verschuiving naar financiering die niet aan kosten is gekoppeld, en een optie voor lidstaten om hun plannen te financieren met terugbetaalbare EU-leningen tot 150 miljard euro. Dat zou op deze schaal een belangrijke vernieuwing zijn.

De auditors waarschuwen dat als de nieuwe inkomstenbronnen niet worden goedgekeurd, er een aanzienlijk begrotingstekort ontstaat. In dat geval zouden de bijdragen van de lidstaten moeten stijgen of de ambities van de begroting moeten worden teruggeschroefd. Ook zou de schuld van de EU sterk toenemen als gevolg van de voorgestelde leningen. Wat de uitgaven betreft, kan het samenvoegen van verschillende beleidsterreinen het behalen van doelen ondermijnen en afwegingen tussen prioriteiten vereisen. Voor grote delen van de begroting komen de uitgavenprioriteiten in handen van lidstaten met uiteenlopende belangen. Zo kunnen grote verschillen tussen nationale plannen de afstemming van landbouwuitgaven op EU-prioriteiten verzwakken, de concurrentie verstoren en een ongelijk speelveld voor boeren creëren. Meer flexibiliteit mag bovendien niet betekenen dat er meer geld wordt uitgegeven zonder betere resultaten te garanderen. Het voorgestelde prestatiekader heeft een zwakke opzet, waardoor niet kan worden gemeten welke resultaten de EU-uitgaven hebben opgeleverd en wat EU-burgers uiteindelijk voor hun geld krijgen. Tegelijkertijd is de controle op de verantwoorde besteding van EU-geld voor grote delen van de begroting te afhankelijk van het vaak zwakke toezicht door de lidstaten. Tot slot geven de voorstellen onvoldoende duidelijkheid over de onbeperkt toegang van de auditors tot informatie.

Achtergrond

De cijfers in dit persbericht zijn gebaseerd op lopende prijzen. De twaalf adviezen van de ERK over de voorgestelde EU-begroting voor de periode 2028-2034, met links naar de volledige documenten en de bijbehorende persberichten in 24 EU-talen, zijn beschikbaar in een speciale rubriek op de website van de ERK. Deze adviezen zijn op verzoek van het Parlement en de Raad opgesteld en dragen bij aan het proces dat moet leiden tot een akkoord over de nieuwe langetermijnbegroting van de EU. De belangrijkste conclusies van deze adviezen zijn samengevat in het overzichtsdocument “EU-begroting 2028-2034 — Het standpunt van de ERK: ondanks de vele veranderingen niet noodzakelijk een verbetering”. Dit document is momenteel alleen in het Engels beschikbaar; andere talen zullen te zijner tijd volgen.

Ingrijpende hervormingen maken de EU-begroting niet per se beter