De landen van de Westelijke Balkan — Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië — spelen een centrale rol in het uitbreidingsbeleid van de EU. Daarom steunt de EU hun vervoerssectoren door middel van het Investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF), een platform voor de voorbereiding, selectie en financiering van grote investeringsprojecten. Betere infrastructuur verkleint de investeringskloof en versterkt de economische integratie met de EU. Van 2015 tot midden 2025 betaalde de Europese Commissie als belangrijkste WBIF-donor 527 miljoen euro aan vervoersprojecten. De auditors onderzochten of deze financiering doeltreffend heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur in de Westelijke Balkan en tot de aansluiting van de regio op het Europese vervoersnetwerk vóór de deadline van 2030. Hun verslag wordt op 9 juni gepubliceerd.

Ruim tien jaar geleden erkende de Commissie al het belang van het aanpakken van de onderontwikkelde infrastructuur in de Westelijke Balkan en van de aansluiting van de regio op het Europese kernnetwerk voor vervoer. In 2009 richtte zij samen met de Europese Investeringsbank (EIB), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa het WBIF op, met steun van de EU-lidstaten. Het doel was om technische en financiële steun van donoren voor de Westelijke Balkan via een onestopshop te coördineren en kanaliseren. Tegenwoordig is het WBIF zowel een forum voor uitwisseling van analyses van investeringsbehoeften als een blendingmechanisme waarbij met EU-subsidies gemakkelijker leningen kunnen worden aangetrokken. De EBWO en de EIB beheren de bijdragen van donoren via het gemeenschappelijk fonds voor de Westelijke Balkan.

De Commissie ondersteunt zes sectoren: duurzaam vervoer, schone energie, milieu en klimaat, de particuliere sector, menselijk kapitaal en een digitale toekomst. Zij verstrekt subsidies om leningen van internationale financiële instellingen mede te financieren, met als doel de connectiviteit in de Westelijke Balkan te verbeteren. Als grootste financier speelt de Commissie een belangrijke rol in de besluitvorming van het WBIF. Sinds de oprichting van het gemeenschappelijk fonds voor de periode tot 2024 heeft de Commissie het grootste deel van de financiering geleverd. Sinds 2015 werd 899 miljoen euro, ofwel 86 % van het totaal, in het fonds gestort voor alle sectoren, waaronder vervoer.

De Europese Rekenkamer publiceerde eerder al diverse controleverslagen over zowel de Westelijke Balkan (onder meer over de rechtsstaat) als over het Europese vervoersnetwerk (bv. over de vervoersinfrastructuur in de EU). Vanwege het belang van het WBIF voor de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan voerden we deze controle uit tegen de achtergrond van het EU-doel om het Europese kernnetwerk voor vervoer tegen 2030 te voltooien en van de toenemende EU-financiering via het fonds

De auditors onderzochten het werk van de Commissie en van drie leidende financiële instellingen — de EBWO, de EIB en de Wereldbank — tussen 2015 en juni 2025. Zij bekeken een steekproef van twaalf vervoersprojecten in Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Noord-Macedonië en Servië. De controle was gericht op de selectie van projecten, het toezicht op de uitvoering ervan en de monitoring en rapportage.

Wij verwachten dat onze bevindingen en aanbevelingen bijdragen tot de doeltreffendheid van het investeringskader voor de Westelijke Balkan en van toekomstige steun op basis van een soortgelijk blendingmechanisme. Het controleverslag wordt gepubliceerd op de website van de ERK. Het verslag vormt ook de basis voor een conferentie die op 30 juni over dit onderwerp wordt gehouden. Dit evenement biedt de gelegenheid tot overleg tussen EU-instellingen en relevante belanghebbenden van het WBIF, waaronder het Europees Parlement, de Europese Commissie, internationale financiële instellingen en vertegenwoordigers van de Westelijke Balkanlanden. De conferentie wordt via een livestream uitgezonden; vooraf registreren is verplicht. Bent u geïnteresseerd in deelname, stuur ons dan een e-mail.

Opmerking: De benaming “Kosovo” laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Kan de Westelijke Balkan tijdig integreren in het EU-vervoersnetwerk?