Special report|20d56233-5179-449f-93ac-6c9e8f3787cb
-->

did

Speciaal verslag nr. 34/2018: Kantoorruimte van de EU-instellingen — Enkele goede beheerspraktijken, maar ook diverse tekortkomingen

Dutch icpdf.png 3 MB
13-12-2018

De instellingen besteden zo’n 11 % van hun begroting aan huishoudelijke uitgaven voor gebouwen. De samenstelling van de gebouwenportefeuilles varieert en hangt af van het mandaat en de organisatiestructuur van de afzonderlijke instellingen, maar een aanzienlijk deel van de gebruikte ruimte is bedoeld als kantoorruimte. De Commissie heeft de grootste gebouwenportefeuille, waarvan meer dan 80 % is bestemd als kantoorruimte.

Wij onderzochten het beheer van de uitgaven in verband met kantoorruimte van de vijf instellingen met de meeste kantoorruimte (Parlement, Raad, Commissie, Hof van Justitie en ECB). We bekeken hun gebouwen in Brussel, Luxemburg en Frankfurt en vergeleken hun gegevens en beheersprocedures met die van andere EU-instellingen en -organen. Over het algemeen hebben wij vastgesteld dat de instellingen hun uitgaven voor kantoorruimte efficiënt beheren en dat de beslissingen inzake kantoorruimte goed waren onderbouwd.

De instellingen werken met elkaar samen en hanteren vergelijkbare besluitvormingsbeginselen. Hun gebouwenstrategieën waren echter niet altijd geformaliseerd en waren soms achterhaald. De financieringsmechanismen van de grote bouwprojecten die wij analyseerden, waren vaak complex en hadden in sommige gevallen gevolgen voor de budgettaire transparantie. De meeste van deze projecten hadden vertraging opgelopen, die in sommige gevallen leidde tot extra kosten. De meeste instellingen monitoren hun gebouwenportefeuille niet naar behoren. De instellingen moeten gemeenschappelijke indicatoren ontwikkelen en de samenhang van de gegevens die aan de begrotingsautoriteiten worden voorgelegd, verbeteren.