EU-cookiewet
Krachtens EU-Richtlijn 2009/136/EG, worden bezoekers van deze website hierbij geïnformeerd dat er een cookie wordt geactiveerd wanneer u toegang zoekt tot het systeem. Indien u niet bereid bent dit te accepteren , ga dan niet verder naar de site. De betreffende cookie zal worden gebruikt om uw taalvoorkeuren te bewaren, maar zal geen persoonlijke gegevens opslaan, en is een jaar geldig.

Wat is het?

 
De samenwerking tussen de hoge controle-instanties (HCI’s) van de Europese Unie en de Europese Rekenkamer (ERK) heeft voornamelijk plaats in het kader van de structuur die het Contactcomité biedt. Deze structuur bestaat uit het Contactcomité zelf, samengesteld uit de Presidenten van de HCI’s van de EU en de ERK, de contactambtenaren, die een Europabreed actief netwerk van professionele contacten vormen, en werkgroepen, netwerken en taskforces die zich bezighouden met specifieke controlethema's.

 

Achtergrond

De eerste vergadering van de Presidenten van de HCI's van de EU (destijds EEG) werd in 1960 gehouden.
Sindsdien werken de Presidenten van de HCI's samen in het Contactcomité, dat fungeert als een forum waar zaken van gemeenschappelijk belang worden besproken. Met de invoering van eigen middelen ter financiering van de EU-begroting eind jaren '60 en de daaruit voortvloeiende grotere rol van het Europees Parlement in begrotingszaken, werd de behoefte aan een onafhankelijke controle-instantie voor de EU steeds meer voelbaar. Het Contactcomité was in feite behulpzaam bij het opzetten van de ERK en de vastlegging van haar bevoegdheden in het Verdrag van Brussel in 1975, dat leidde tot de oprichting van de ERK in 1977. Het Contactcomité nodigde de ERK in 1978 uit om toe te treden en zodoende werd de ERK het tiende lid.

Evenals de Europese integratie sinds het Verdrag van Rome, heeft zich ook de rol van het Contactcomité ontwikkeld. Door de jaren heen is de samenwerking tussen de HCI's van de lidstaten van de EU en de ERK verder georganiseerd en geïnstitutionaliseerd. Dit komt ook tot uitdrukking in de Europese Verdragen, waarin de verwijzing naar een dergelijke samenwerking geleidelijk aan explicieter is geworden.
In zijn oorspronkelijke versie bepaalde het EG-Verdrag dat de ERK haar controle moet verrichten in "samenwerking" met de HCI's van de lidstaten*, terwijl het Verdrag van Amsterdam daar later aan toevoegde: "De Rekenkamer en de nationale controle-instanties van de lidstaten werken samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid". Vervolgens werd de ERK in Verklaring 18 van de Slotakte van het Verdrag van Nice verzocht, een contactcomité met de HCI's van de lidstaten in te stellen (wat in feite reeds bestond)**.
De samenwerking tussen de HCI's van de EU-lidstaten en de ERK is echter niet zomaar een juridische verplichting, maar veeleer een praktische noodzaak die wordt gedicteerd door het feit dat de communautaire en nationale instanties steeds nauwer verbonden zijn geraakt. Door de grootschalige decentralisatie van het beheer van de EU-begroting naar de nationale autoriteiten in de lidstaten en begunstigde landen is het zwaartepunt van de controle van EU-gelden naar deze landen verschoven. Bijgevolg bood het Verdrag een rechtsgrondslag voor samenwerking tussen de ERK en nationale hoge controle-instanties of andere bevoegde nationale controleorganen. In de praktijk voorzien de nationale hoge controle-instanties de controleurs van de ERK van lokale praktische en logistieke steun en van specifieke kennis van het gecontroleerde terrein.
 

Samenwerking met de HCI’s van (potentiële) kandidaat-lidstaten

Het Contactcomité bevordert en vergemakkelijkt de samenwerking tussen de HCI’s van de (potentiële) kandidaat-lidstaten en die van de EU-lidstaten door middel van verscheidene initiatieven, meestal in het kader van het netwerk van de HCI’s van de (potentiële) kandidaat lidstaten en de ERK. De presidenten van die HCI’s wonen de vergaderingen van het Contactcomité bij als waarnemers en de gezamenlijke werkgroep Controleactiviteiten, die in de plaats kwam van de werkgroep van het Contactcomité voor kandidaat-lidstaten, bevordert kleinschalige, praktische, concrete samenwerking.
 

Samenwerking met internationale organisaties

Vertegenwoordigers van EUROSAI, de Europese koepelorganisatie van de hoge controle-instanties, en INTOSAI, de wereldwijde organisatie, nemen deel aan de vergaderingen van het Contactcomité en worden verzocht over hun ontwikkeling en toekomstplannen te rapporteren. Andere voorbeelden van samenwerking met EUROSAI zijn gezamenlijke opleidingen en de deelname van EUROSAI-leden aan door het Contactcomité opgezette multilaterale activiteiten. De afzonderlijke HCI's van het Contactcomité nemen ook deel aan activiteiten die worden georganiseerd door EUROSAI en INTOSAI.
 

* Artikel 188 C, lid 3, van het EG-Verdrag bepaalde: "De controle in de lidstaten geschiedt in samenwerking met de nationale controle-instanties of, indien deze laatste niet over de nodige bevoegdheden beschikken, in samenwerking met de bevoegde nationale diensten". Na het Verdrag van Amsterdam werd dit artikel 248, lid 3.

 

** Verklaring 18 luidde als volgt: "De Conferentie verzoekt de Rekenkamer en de nationale controle-instanties het kader en de voorwaarden van hun samenwerking te verbeteren, onder handhaving van hun respectieve autonomie. De voorzitter van de Rekenkamer kan te dien einde een comité instellen dat contact onderhoudt met de voorzitters van de nationale controle-instanties".

Deze site wordt beheerd door de Europese Rekenkamer