Yes
No

Elk jaar stellen het Europees Parlement en de Raad een jaarlijkse EU-begroting vast als onderdeel van een begroting voor een langere termijn die voor een periode van zeven jaar is overeengekomen (het “meerjarig financieel kader” of MFK). Het huidige meerjarig financieel kader (MFK), dat de periode 2021 2027 bestrijkt, bedraagt in totaal meer dan 1 200 miljard euro, wat minder is dan 2 % van de overheidsuitgaven van de EU-lidstaten.

Naast de reguliere langetermijnbegroting van de EU worden er betalingen verricht uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit (Recovery and Resilience Facility — RRF), een eenmalig, tijdelijk financieel instrument (NextGenerationEU) dat is opgezet om het herstel en de hervormingen na de pandemie te stimuleren. In de periode 2021 2026 zal bijna 600 miljard euro aan financiële steun aan de lidstaten ter beschikking zijn gesteld.

In het kader van het huidige MFK wordt het grootste deel van de EU-begroting (ongeveer 45 %) gefinancierd met bedragen die de lidstaten bijdragen in verhouding tot hun bruto nationaal inkomen. Andere bronnen omvatten een bijdrage op basis van belasting over de toegevoegde waarde (ongeveer 10 %), douanerechten (ongeveer 10 %) en een bijdrage op basis van kunststof verpakkingsafval (ongeveer 3 %). De bedragen die zijn geleend om steun aan de lidstaten in het kader van NGEU te financieren, vormen eveneens een aanzienlijk deel van de EU-ontvangsten (ongeveer 18 %).

EU-middelen worden uitbetaald aan begunstigden door middel van eenmalige betalingen/jaarlijkse betalingen of door een reeks betalingen in het kader van meerjarige uitgavenregelingen. De grootste delen van de MFK-begroting van de EU gaan momenteel naar:

  • “Natuurlijke hulpbronnen en milieu” (ongeveer 34 %): dit omvat de klimaatmaatregelen en het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU;
  • “Cohesie, veerkracht en waarden” (ongeveer 30 %): dit omvat investeringen in regionale groei en vervoer;
  • “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” (ongeveer 14 %): dit omvat steun voor O&O in diverse sectoren en het Horizon 2020-programma;
  • en “Nabuurschap en de wereld” (ongeveer 10 %): dit wordt ook wel “Europa in de wereld” genoemd en heeft voornamelijk betrekking op het externe optreden van de EU en internationale ontwikkelingssamenwerking.

Elk jaar controleren we de EU-jaarrekening en de onderliggende ontvangsten en uitgaven. Wij beoordelen:

  • of de rekeningen betrouwbaar zijn;
  • of de EU-ontvangsten zijn ontvangen, en
  • of de betalingen volgens de geldende regels zijn verricht.

Voor elk terrein geven we een afzonderlijk oordeel af: “goedkeurend”, “met beperking” of “afkeurend”. Er zij op gewezen dat wij twee afzonderlijke oordelen uitbrengen over de uitgaven: één over de standaardbegroting van de EU en één over de tijdelijke herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF), de belangrijkste pijler van NextGenerationEU (NGEU), het pandemieherstelpakket van de EU.

Deze controles vormen de basis van onze betrouwbaarheidsverklaring, die we op grond van artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moeten overleggen aan het Europees Parlement en de Raad.

Een “goedkeurend” oordeel betekent dat de cijfers in de rekeningen een getrouw beeld geven en in overeenstemming zijn met de regels voor financiële verslaglegging en financieel beheer. De onderliggende verrichtingen zijn in alle materiële opzichten wettig en regelmatig.

Een “oordeel met beperking” houdt in dat de auditors geen goedkeurend oordeel kunnen afgeven, maar dat de door hen vastgestelde problemen beperkt zijn tot specifieke gebieden.

Een “afkeurend oordeel” betekent dat de problemen wijdverbreid zijn.

Dit cijfer, uitgedrukt als percentage, vertegenwoordigt onze schatting van het deel van de middelen dat niet had mogen worden betaald uit de EU-begroting, omdat het niet overeenkomstig de EU-regels of specifieke nationale voorschriften werd uitgegeven.

Typische fouten betreffen onder meer betalingen aan niet in aanmerking komende begunstigden en voor niet-subsidiabele projecten, of voor de aankoop van diensten en goederen of voor investeringen waarbij de regels voor overheidsopdrachten niet correct werden toegepast.

Deze controleterm duidt op het niveau waarboven fouten worden geacht significante gevolgen te hebben. Een materieel foutenpercentage is een foutenpercentage waardoor de manier waarop de beoogde gebruikers van een controleverslag beslissingen nemen waarschijnlijk wordt beïnvloed. Zowel de ERK als de Europese Commissie hanteren een drempel van 2 % om het materieel belang vast te stellen.

Nee. Die bewering zou onjuist zijn, omdat er een belangrijk verschil is tussen een “fout” en “verspilling”.

Bij onze toetsing van de EU-begrotingsuitgaven gaan wij na of het EU-geld overeenkomstig de regels is besteed, of de in rekening gebrachte kosten naar behoren zijn berekend en of er vanaf het begin aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden is voldaan. Als aan ten minste een van deze vereisten niet is voldaan, noemen wij het een “fout”. Dit is wat ons geschatte foutenpercentage weerspiegelt.

Hoewel deze fouten betrekking hebben op betalingen voor projecten of begunstigden die niet aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voldeden (bv. fouten met betrekking tot de aanbestedingsprocedure), kunnen deze projecten of begunstigden toch de beoogde voordelen opleveren en kunnen ze dus niet als verspilling worden beschouwd.

Uiteraard kunnen uitgaven wettig en regelmatig zijn, maar toch verspilling inhouden. Een voorbeeld waarover wij in het verleden rapporteerden, was de aanleg van haveninfrastructuur waarbij onvoldoende rekening werd gehouden met de verwachte vrachtniveaus.

In de meeste gevallen beschikken wij niet over aanwijzingen dat dit het geval is. Per definitie is fraude een opzettelijk misleidende handeling om voordeel te behalen. Hoewel het moeilijk kan zijn fraude vast te stellen aan de hand van standaardcontroleprocedures, brengt onze toetsing elk jaar meerdere gevallen van vermoedelijke fraude aan het licht.

Ondanks het feit dat de ERK niet belast is met het onderzoeken van gevallen van vermoedelijke fraude die de financiële belangen van de EU schaadt, dragen wij bij tot de bestrijding van fraude ten nadele van de EU-begroting door gevallen van vermoedelijke fraude te melden aan OLAF, het Europees Bureau voor fraudebestrijding, en/of aan het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

Het is onze taak om een betrouwbaarheidsverklaring af te geven over de betrouwbaarheid van de rekeningen van de EU en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. We onderzoeken de EU-begroting en de wijze waarop de Europese Commissie deze samen met de lidstaten beheert. Onze controle is dan ook niet bedoeld om foutenpercentages voor afzonderlijke lidstaten vast te stellen, aangezien daarvoor aanzienlijke extra middelen nodig zouden zijn. Het is de taak van de Europese Commissie, als de instelling die verantwoordelijk is voor het beheer van de EU-begroting, om gedetailleerde informatie over elke lidstaat te verschaffen in haar jaarlijkse activiteitenverslagen.

We noemen echter wel bepaalde lidstaten, begunstigden en regio’s bij naam wanneer we in ons jaarverslag voorbeelden geven ter illustratie. Daarnaast bieden wij diverse geografische inzichten met betrekking tot de toetsing van verrichtingen op de uitgaventerreinen “Cohesie” en “Natuurlijke hulpbronnen” en met betrekking tot de RRF-uitgaven. Deze voorbeelden geven een indicatie van het aantal gecontroleerde verrichtingen per lidstaat en het aantal verrichtingen met gekwantificeerde fouten. Deze cijfers mogen echter niet worden opgevat als indicatie van het foutenpercentage in een bepaalde lidstaat.